politiek

Anti-religie beleid van minister Yeşilgöz is stigmatiserend en niet effectief

Redactie
8 april 2022 om 18:00
Leestijd 2 minuten
Foto: Unsplash

Het College voor de Rechten van de Mens heeft een uitspraak gedaan over het voornemen van minister Dilan Yeşilgöz om buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) geen religieuze symbolen als een hoofddoek, keppeltje of kruis te laten dragen.

Volgens het College is dat stigmatiserend en niet effectief.

Zij stellen dat de neutraliteit en onpartijdigheid van boa’s gebaseerd moet worden op basis van hun gedrag en handelingen, en niet op basis van het dragen van een religieus symbool of religieuze kleding.

De minister vindt dat net als bij de politie het uniform van de boa’s er neutraal uit moet zien. Een motie van de PVV daarover werd vorig jaar december aangenomen.

Volgens het College lijkt minister Yeşilgöz vooral bang te zijn dat het gezag van boa’s schade oploopt als zij religieuze symbolen dragen en heeft de minister twijfels over hoe burgers op zulke uitingen zouden reageren. Het College zegt over dat laatste punt: “Achter die publieksreacties zit de discriminerende aanname dat als je laat zien religieus te zijn, je niet op een neutrale en onpartijdige manier kunt handelen.”

Met name vrouwen die het dragen van een hoofddoek als religieuze plicht zien, zullen slachtoffer worden van de nieuwe richtlijn.

Als religieuze kleding dragen niet is toegestaan in functies waar het dragen van een uniform bij hoort, zal een grote groep vrouwen geschaad worden in hun maatschappelijke participatie en economische zelfstandigheid.

Volgens het College kan maatwerk uitkomst bieden: “In andere landen heeft men een oplossing gevonden door bijvoorbeeld een hoofddoek te ontwerpen die bij het uniform past.”


Colofon © 2022